Basiswet
Stand van zaken
De Basiswet werd op 1 februari 2005 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
De Basiswet is vandaag slechts gedeeltelijk in werking getreden.
Het wetsontwerp kreeg de goedkeuring van de Ministerraad op 30 april 2009 en werd voor advies aan de Raad van State voorgelegd (advies op 25 juni 2009).
Het wetsontwerp werd op 16 juli 2009 in de Kamer ingediend en wordt een parlementair stuk met als nummer 2122/001.
Historiek
De wet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (de “Basiswet”) bepaalt de zgn. interne rechtspositie van gedetineerden. Deze wet is het resultaat van de werkzaamheden binnen de Commissie Dupont.
Wetsontwerp
Er werden ondertussen meerdere initiatieven genomen om de inwerkingtreding van deze belangrijke wet voor te bereiden. Zo organiseerde het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen voor het personeel van de strafinrichtingen infosessies over de toepassing van de wet. Anno 2009 is het werkterrein voldoende voorbereid op de verdere inwerkingtreding van de wet.
Om de verdere inwerkingtreding van de wet mogelijk te maken, moet de wet op een beperkt aantal punten worden gewijzigd. De voorgestelde wijzigingen brengen punctuele verbeteringen aan de wet aan zodat de wet beter aansluiting vindt bij de realiteit en bij de praktische organisatie van de strafinrichtingen. De noodzaak van deze wijzigingen kwamen aan de oppervlakte tijdens de voorbereidende fase van de inwerkingtreding van de wet.
De meerderheid van de wijzigingsbepalingen hebben betrekking op het tuchtregime van gedetineerden.
In afwachting van de inwerkingtreding van het hoofdstuk van de Basiswet dat de tuchtprocedure ten aanzien van gedetineerden regelt, werd de tekst van de Basiswet letterlijk overgenomen in de Ministeriële Omzendbrief nr. 1777 van 2 mei 2005.
De facto worden de bepalingen van de Basiswet rond de tuchtprocedure in de praktijk reeds toegepast zij het op basis van een omzendbrief en dus niet op wettelijke basis gezien deze nog niet in werking zijn getreden. Na een evaluatie van de toepassing van deze bepalingen in de praktijk, bleek dat een wijziging van de procedure zich opdringt. De gevangenisdirecteur bepleiten vooral een meer praktische organisatie van de tuchtprocedures in de strafinrichtingen waarbij zowel de rechten van verdediging van de gedetineerden als de eisen van orde en veiligheid worden geëerbiedigd. Deze evaluatie heeft aanleiding gegeven tot een wijziging van de bovenvermelde omzendbrief.
Om de inwerkingtreding van titel VII van de Basiswet, die betrekking heeft op het tuchtregime, mogelijk te maken, moesten bijgevolg een aantal bepalingen ervan gewijzigd worden. De voorgestelde wijzigingen beogen de actuele werkwijzen - die gepaard gaan met het voeren van een tuchtprocedure en die trouwens op het terrein aanvaard zijn en al meerdere malen de controle door de Raad van State doorstaan hebben - te kunnen behouden.
Daarnaast beoogt het voorontwerp een aantal punctuele aanpassingen van de wet. De voorgestelde wijzigingen wijzigen geenszins de basisfilosofie van de wet.
Van zodra het voorliggende wetsontwerp is goedgekeurd in het Parlement kunnen een aantal artikelen van de Basiswet in werking treden. De noodzakelijke uitvoeringsbesluiten zijn ondertussen in voorbereiding.
Concreet kunnen volgende bepalingen op korte termijn in werking treden:
• Artikel 2, 16° (aanwijzing strafinrichtingen)
• Artikel 2, 17° (definitief “afdeling”)
• Artikel 16 (huishoudelijk reglement)
• Artikel 19 (informatierecht gedetineerde – onthaal)
• Artikel 32, 33 en 34 (toegang tot de gevangenis)
• Artikel 42 (recht op voeding)
• Artikel 45 (recht op bezit eigen voorwerpen)
• Artikel 46 (recht op eigen rekening)
• Artikel 47 (kantine)
• Artikel 53 (recht op contact met de buitenwereld)
• Artikel 54, 55, 56 en 57 (briefwisseling)
• Artikelen 64 en 65 (gebruik van telefoon en andere telecommunicatiemiddelen)
• Artikel 66, 67 en 68 (schriftelijke en mondelinge contacten met advocaten)
• Artikel 69 (schriftelijke en mondelinge contacten met consulaire en diplomatieke ambtenaren)
• Artikel 70 (contacten met de media)
• Artikelen 76, 77, 78, 79 en 80 (vorming en vrije tijd)
• Artikelen 87 tot en met 96 (gezondheidszorg)
• Artikelen 102 en 103 (sociale hulp- en dienstverlening)
• Titel VII (tuchtregime) (artikelen 122 tot en met 146)
Stefaan De Clerck
Minister van Justitie