Elektronisch toezicht
Elektronisch toezicht: eerst kwaliteit, dan capaciteit
Het elektronisch toezicht (ET) is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf, waardoor de veroordeelde het geheel of een gedeelte van zijn vrijheidsstraf buiten de gevangenis ondergaat volgens een bepaald uitvoeringsplan, waarvan de naleving door elektronische middelen wordt gecontroleerd . Het Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht (NCET) is de dienst van de FOD Justitie die bevoegd is voor de uitwerking en de opvolging van het ET.
Tot op 1 september 2007 opereerde het NCET onder het Directoraat–generaal Penitentiaire Inrichtingen. Vandaag functioneert zowel de uitvoering als de opvolging van ET onder het Directoraat–generaal Justitiehuizen.
Na een aantal maanden van toepassing volgens het nieuwe organisatiepatroon en de vigerende regelgeving, hebben we vastgesteld dat de werking van het ET als alternatief model voor de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf nood had aan enige bijsturing.
Zoals aangegeven in de beleidsnota 2008 hebben we initiatieven genomen om van het ET een krachtdadig, efficiënt en succesvol alternatief voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsberovende straf te maken. Overeenkomstig het regeerakkoord kan de toepassing van ET door middel van regelgeving uitgebreid worden.
Door de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (II) werd in artikel 64 van de wet van 17 mei 2006 houdende de externe rechtspositie van de veroordeelde, de niet-naleving van het programma van concrete invulling door de veroordeelde die onder ET werd geplaatst, als een mogelijke grond voor herroeping van de maatregel ingeschreven (B.S., 16 juni 2008).
In het Belgisch Staatsblad van 5 september 2008 (tweede editie) werd het Koninklijk besluit van 16 juli 2008 gepubliceerd tot wijziging van het Koninklijk besluit 29 januari 2007 dat de concrete toepassing bepaalt van het programma van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht. De wijziging behelst een precisering van de modaliteiten van het akkoord van de huisgenoten, de niet-naleving van het uurrooster en de niet-naleving van de technische vereisten en afspraken voor de plaatsing onder ET. Het niet-naleven ervan geeft aanleiding tot een verwittiging en, desnoods, een herberekening van het aantal vrije uren. Voorts verscheen in het Belgisch Staatsblad van 5 september 2008 (tweede editie) het Koninklijk Besluit van 16 juli 2008 tot wijziging van het Koninklijk besluit van 29 januari 2007 dat de inhoud bepaalt van het verslag dat de directeur opstelt en de samenstelling en de werkwijze van het personeelscollege.
In het geval de te beoordelen modaliteit een ET betreft, vraagt de directeur aan het NCET een verslag met daarin minimaal een inschatting van de materiële omstandigheden waaronder het ET wordt uitgevoerd. Het akkoord van de meerderjarige huisgenoten is verplicht. Het NCET kan tussenkomen en de politiediensten informeren. Zo is het NCET weer geoutilleerd om haar rol van coördinatiecentrum te vervullen. Een terugkoppeling naar de politie en een snelle interventie zijn gestoeld op aangepaste richtlijnen door het openbaar ministerie. Daarom werd een aanpassing aangebracht in de COL nr. 6/2007 van het College van procureurs-generaal, meer in het bijzonder met betrekking tot de strafuitvoeringsrechtbanken.
Parallel met deze gewijzigde regelgeving voor veroordeelden tot vrijheidsstraffen van meer dan 3 jaar, werd de regelgeving voor veroordeelden tot vrijheidsstraffen tot 3 jaar of minder aangepast. Dat gebeurde in samenspraak met de betrokken administraties en bij ministeriële omzendbrief van 25 juli 2008.
De nieuwe regelingen gingen van start in het najaar van 2008. Opnieuw zijn nu de voorwaarden vervuld voor een meer effectieve en efficiënte toepassing van het ET.
Dit alles was noodzakelijk. Ondertussen zijn immers de wachttijden en de wachtlijsten langer geworden: voor de toepassing van ET op de gestraften tot 3 jaar of minder.
Behalve de controle (en de “kort-op-de-bal-reactie” bij overtredingen) moest ook de begeleiding door de diensten van de justitiehuizen extra armslag krijgen, volgens een ritme dat rekening houdt met de globale werklast. Al naargelang de evolutie in de selectie en recrutering van personeel kan dit ritme worden opgedreven.
Regelgevende instrumenten zijn onontbeerlijk. Tegelijk moet er snel een “service level agreement” komen tussen de beide betrokken administraties (de Directoraten–generaal Penitentiaire Inrichtingen en Justitiehuizen). De overeenkomst bepaalt de samenwerking tussen de administraties van de strafinrichtingen en van de justitiehuizen (de mobiele equipe, de uitstroom uit de gevangenissen, de afstemming op de beschikbare personele en materiële middelen, de samenstelling van het dossier, het aantal plaatsingen onder ET, de beschikbaarheid van justitieassistenten in de justitiehuizen, de informatie-uitwisseling, …).
Ten slotte was er de vraag naar de randvoorwaarden voor materiële en personele ondersteuning van de voormelde administraties. Daarom werd, onmiddellijk en parallel met de acties op regelgevend vlak, de administratie van de justitiehuizen versterkt. Dat gebeurde op organisatorisch vlak in het centraal bestuur en in de justitiehuizen en door middel van extra recruteringen voor de monitoring op het NCET. Daar werden aantal bevorderingsplaatsen ingenomen. Een extra recruteringsoperatie is rond voor eind november 2008.
Op 9 september 2008 vond een opleiding plaats voor de directeurs van de strafinrichtingen en de justitiehuizen en deze informatieactie zal ook een vervolg krijgen voor hun personeelsleden.De instrumenten zijn nu voorhanden. Het werk op het terrein moet beginnen, zodat in de loop van 2009 de eerste resultaten zichtbaar worden. De algemene directie, de regionale directeurs noord en zuid en de directeurs van de justitiehuizen hebben we gevraagd om, elk op zijn niveau, een actieplan te schrijven hoe ze de uitdagingen willen aangaan, met name hoe ze de achterstand willen wegwerken. Dit wordt een belangrijke uitdaging die door een gezamenlijke inspanning tot een positief resultaat moet leiden.
De evolutie van de wachttijden en wachtlijsten willen we voortdurend opvolgen. Uiteraard zullen de personeelsinspanningen in de loop van 2009 nog een vervolg moeten krijgen. Bovendien is het zonder meer de bedoeling het aantal veroordeelden in ET te laten toenemen.
Gedurende de volgende maanden zullen we ook de evaluatie beginnen van het bestaande lastenboek over de levering van de technische apparatuur, noodzakelijk voor de toepassing van het ET. In de nabije toekomst zal het huidige contract aflopen. In deze studie is ook de opportuniteit van het gebruik van nieuwe technologische toepassingen aan de orde. Nieuwe technieken kunnen de efficiëntie van het ET verbeteren, maar het ook mogelijk maken om de toepassing van het ET uit te breiden naar andere vormen van vrijheidsberoving (voorlopige hechtenis, alternatief voor de plaatsvervangende gevangenisstraf, veralgemening voor de uitvoering van de korte gevangenisstraf, GPS-toepassingen, enz). Een belangrijke overweging daarbij is de kostprijs van een uitvoering onder ET versus de kostprijs van een klassieke opsluiting en deze van de vormen van controle en begeleiding.