Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

Erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen lidstaten van de EU

    

Het voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie.

Stand van zaken

Het voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie werd op 9 juli 2009 ingediend bij de Raad van State, naar aanleiding van de Ministerraad van 3 juli 2009.

Historiek

Dit voorontwerp van wet heeft als doel de twee kaderbesluiten (2005/214/JAI en 2006/783/JAI), inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning, enerzijds, op geldelijke sancties en, anderzijds, op beslissingen tot confiscatie, om te zetten in het Belgisch recht.

Met de wet van 5 augustus 2006 was de Europese strafwetgeving tot uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning al geïntegreerd.

Aan de hand van dit voorontwerp worden dus twee afzonderlijke regelingen omgezet:

  • De regeling die wordt bepaald door het kaderbesluit over de geldelijke sancties is eveneens van toepassing op de geldboetes die worden opgelegd in het kader van administratieve procedures voor zover hiertegen beroep openstaat op strafrechtelijk vlak. Zo kunnen de geldboetes die worden opgelegd naar aanleiding van verkeersovertredingen, bepaalde administratieve geldboetes inzake sociaal strafrecht, gemengde overtredingen zoals het illegaal lozen van afval, worden ingevorderd in alle lidstaten van de Unie.

 

  • Het kaderbesluit over de geldelijke sancties beoogt eveneens de organisatie van de erkenning en de uitvoering in een lidstaat van de Europese Unie van een geldboete die wordt opgelegd door een rechterlijke of administratieve overheid van een andere lidstaat. Dit maakt een bijzondere toepassing uit van het beginsel van wederzijdse erkenning, dat als doelstelling heeft een beslissing die wordt gewezen door de rechterlijke overheid van een lidstaat volledige en rechtstreekse uitwerking te geven in de gehele Unie.

Het kaderbesluit inzake beslissingen tot confiscatie regelt de erkenning en de uitvoering in een lidstaat van de Europese Unie van een beslissing tot confiscatie die wordt uitgesproken door een rechtbank van een andere lidstaat. Dit kaderbesluit maakt, net zoals het kaderbesluit over de geldelijke sancties, een toepassing uit van het beginsel van wederzijdse erkenning.

De Minister van Justitie
Stefaan De Clerck