Integrale veiligheid
Naar Integrale Veiligheid
“Veiligheid” is niet langer een zaak van de federale ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie alleen. De regeringen van gemeenschappen en gewesten moeten het veiligheidsbeleid in overleg mee aansturen.
Zowel in het Nationaal Veiligheidsplan als in de Kadernota Integrale Veiligheid komen thema’s aan bod waarvoor een overleg met de gemeenschaps- en gewestregeringen zich opdringt.
Ook de betrokkenheid van Binnenlandse Zaken en de gemeenschaps- en gewestregeringen bij de samenwerking met het College van Procureurs-generaal is belangrijk, nu het openbaar ministerie steeds meer geconfronteerd wordt met strafbepalingen en beleidsopties die uitgaan van gemeenschappen en gewesten.
Een interministerieel comité “veiligheids- en handhavingsbeleid” is een uniek platform waar federale Staat en gemeenschappen en gewesten over belangrijke thema’s kunnen overleggen.
Omdat we streven naar een integrale veiligheid, of beter nog, naar een geïntegreerde veiligheid, willen we een overlegplatform.
We moeten ook kunnen beschikken over statistische gegevens, opdat we een zorgvuldig strafrechtelijk beleid zouden kunnen voeren doorheen de veiligheidsketen. Justitie moet permanent inspelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen. In plaats van de feiten achterna te lopen, moeten we systemen vinden om proactief in te spelen op trends en een goed inzicht hebben in sterkten, zwakten, opportuniteiten en bedreigingen. We gaan met andere woorden voor een “evidence-based” beleid. De permanente verzameling, analyse en opvolging van gegevensstromen kan veel bruikbare inzichten opleveren. Het gezegde is immers “Meten is weten is verbeteren”.
In dat kader heeft justitie in 2008 veel geïnvesteerd in statistische capaciteit. In 2009 gaan we een stap verder. Het “datawarehouse” van justitie, waar alle gevalideerde data van alle betrokken actoren van justitie worden verzameld heeft een stek nodig, een website. We denken hier aan de informatie uit de gegevensbanken van het openbaar ministerie, de rechtbanken en hoven, de strafuitvoeringsrechtbanken, de justitiehuizen, het gevangeniswezen, … Vervolgens kan dan, met de nodige veiligheidsmodules uiteraard, individuele beleidsinformatie genereerd worden en beleidsinformatie over de verschillende gerechtelijke instellingen heen.
Het samenbrengen van al deze gevens in één globale datawarehouse is een opdracht van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC). Uit de cijfergegevens moeten “doorstroomschema’s” voortkomen, die de beleidsverantwoordelijken toelaten precies te detecteren in welke fenomenen de actoren van de veiligheidsketen welke actie hebben ondernomen en binnen welke termijn. Voor de beleidscel van de minister en zijn Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid zullen deze “doorstroomschema’s” de beleidsopties helpen inspireren ten aanzien van de prioritaire fenomenen.
Het datawarehouse moet een overzicht opleveren van de gerechtelijke antecedenten van een verdachte, zodat gerichter de juiste maatregel ten aanzien van een verdachte genomen kan worden. Justitie zal er over waken dat de uitbouw van dit “datawarehouse” volledig gebeurt met respect voor de wetgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levensfeer. Men zal ook op passende wijze rekening moeten houden, in functie van de verschillende typologiën, met het recht om gegevens te zien uitwissen.
Zo moet justitie versneld aansluiten bij de hervormingen van de politie, die nu meer dan 10 jaar oud zijn en geëvalueerd worden. Inzake de bevoegdheid van de minister als voogdijminister voor het coördineren van het algemeen politiebeleid en het beheer van de federale politie en van de lokale politie, verwijzen wij onder meer naar de algemene beleidsnota van de federale politie die samen met de Minister van Binnenlandse Zaken zal ingediend worden. We zullen rekening houden met de aanbevelingen die de Federale Politieraad zal formuleren naar aanleiding van haar evaluatie, op vraag van het parlement, van 10 jaar politiehervorming.