Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

Koninklijk besluit Opspoorbaarheid wapens

Artikel 4 van de Wapenwet stelt dat alle in België gefabriceerde of ingevoerde vuurwapens dienen ingeschreven te worden in een centraal wapenregister, waar deze wapens een uniek identificatienummer toegewezen krijgen. Dit artikel is de weerspiegeling van een gelijkaardige plicht opgenomen in de Europese wapenrichtlijn 91/477/EEG en in het wapenprotocol bij het UNTOC-verdrag.

Artikel 35, 2°, van de Wapenwet machtigt de Koning de voorwaarden voor de afgifte van de in de wet bedoelde documenten te bepalen, na advies van de Ministerraad.

Artikel 35, 3° laat de Koning toe de nummering van de vuurwapens te regelen in het kader van de opspoorbaarheid ervan, na advies van de Adviesraad voor wapens.

Artikel 35, 6° machtigt de Koning, na advies van de Adviesraad voor wapens en van de Ministerraad, de voorwaarden en de wijze van registratie door de erkende personen en in het Centraal wapenregister te regelen, evenals de afgifte van de Europese vuurwapenpas.

Artikel 35, 7° ten slotte stelt dat de Koning, na advies van de Adviesraad voor wapens de maatregelen bepaalt ter vaststelling van de overdracht van vuurwapens.

Het voorliggend ontwerp is een geheel van maatregelen gesteund op deze bepalingen, in de eerste plaats gericht op een betere opspoorbaarheid van de vuurwapens en tevens met als doel de verplichtingen opgelegd in de voornoemde Europese en internationale instrumenten om te zetten in Belgisch recht.

Historiek en stand van zaken

Momenteel zijn de vuurwapens die in ons land in omloop zijn, slechts in beperkte mate opspoorbaar: wat de wapenhandelaars aan- en verkopen, wordt manueel geregistreerd in hun registers en wat in het land verblijvende particulieren aan- en verkopen, komt in de databank van het Centraal wapenregister (CWR). De internationale verbintenissen die ons land is aangegaan, verplichten ons echter tot een volledige opspoorbaarheid.

Dit betekent dat de vuurwapens die in België op de markt worden gebracht, moeten worden geregistreerd nog voor ze terechtkomen bij een handelaar. Omdat fabrikanten en invoerders nu al verplicht zijn hun wapens voor kwaliteitscontrole aan te beiden bij de proefbank voor vuurwapens te Luik voor ze op de markt mogen worden gebracht, zal de Proefbank voortaan ook instaan voor hun eerste registratie in het CWR. De Proefbank zal de kosten verhalen op de aanbieders, zodat dit de Staat niets kost.
Daarnaast moeten ook de verkopen in België aan buitenlanders worden geregistreerd. Het gaat om een heel beperkt aantal gevallen. De betrokken wapenhandelaars zullen de gouverneurs periodiek moeten informeren over die verkopen.

Een andere administratieve zaak die nog een duidelijke regeling behoeft, is die van de wapens die weliswaar (meestal) al geregistreerd zijn, maar waarvan het statuut wijzigt. Een voorbeeld: jagers genieten een statuut dat hen toelaat wapens te verwerven zonder vergunning; die worden dan op hun naam geregistreerd, maar als ze hun statuut verliezen, moet die registratie worden aangepast aan de nieuwe bezitstitel. Voor alle mogelijke situaties waar wapens of hun eigenaars van wettelijk statuut veranderen, is voorzien in een administratieve regeling.

In het kader van de Europese wapenrichtlijn zoals ze werd gewijzigd in 2008, moet tegelijk de Europese vuurwapenpas gratis worden gemaakt.

Ten slotte wordt aan de gewestelijke diensten die sinds 2003 bevoegd zijn voor het toezicht op de in- en uitvoer van wapens, toegang verleend tot het CWR. Op die manier zullen ze in staat zijn zelf te controleren of iemand die een wapen wenst uit te voeren het wel legaal voorhanden heeft.

Gelet op het feit dat de gewijzigde Europese wapenrichtlijn op 28 juli 2010 in werking treedt en het KB tegen die tijd moet worden gepubliceerd, wordt het ontwerp van KB geagendeerd op de Ministerraad van 19 mei 2010.