Laattijdige aanvraag voor wapenbezit
Eens het parket zou oordelen dat er alleen sprake is van een loutere vergetelheid en onder bepaalde voorwaarden besluit niet verder te vervolgen omdat er geen gevaar voor de openbare orde bestaat, dan is er a priori geen reden om de gevraagde vergunning (of registratie) te weigeren, mits de betrokkene aan alle wettelijke voorwaarden voldoet.
Volgens de huidige stand van zaken heeft de wapenbezitter die laattijdig een aanvraag doet geen andere keuze dan vrijwillige afstand te doen van zijn wapen(s), dan wel vervolgd te worden met het oog op de gerechtelijke verbeurdverklaring.
Historiek en stand van zaken
Er is de vaststelling dat tal van wapenbezitters nagelaten hebben hun wettelijke plicht te vervullen om ten laatste op 31 oktober 2008 de hernieuwing te vragen van hun oude vergunningen, of hun vroeger vrij verkrijgbare wapens aan te geven met het oog op de registratie ervan en eventueel de afgifte van een vergunning.
Jammer genoeg moeten we vaststellen dat daardoor één van de belangrijkste doelstellingen van de wet niet werd gehaald. Een groot aantal in omloop zijnde vuurwapens is illegaal geworden, een deel daarvan is zelfs volkomen onbekend gebleven, en dit staat haaks op de bedoeling zoveel mogelijk legale wapens te registreren om goed te weten wie welke wapens bezit.
Daarom was het de bedoeling een uitzonderingsmaatregel te nemen onder de vorm van een ministriële omzendbrief. Hij moet de nalatige betrokkenen een allerlaatste kans geven zich in regel te stellen en mee te werken aan de doelstelling zoveel mogelijk wapens te registreren.
Omdat het onbetwistbaar is dat de betrokkenen een inbreuk op de wapenwetgeving hebben begaan, zou deze omzendbrief geen afbreuk doen aan de mogelijkheden voor het parket om hen te vervolgen volgens de richtlijnen die het College van Procureurs-generaal hiervoor hebben vastgelegd en nog zullen vastleggen.
Op de conferentie van de gouverneurs dd. 3 maart 2010 werd hierover een akkoord bereikt. Een ministriële omzendbrief dienaangaande zou worden voorbereid door de Federale Wapendienst (FOD Justitie) en de wapendiensten van de verschillende provincies.
Op 29 april 2010 werd het ontwerp van omzendbrief voor een eerste maal besproken.