Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

'Mijn gezin ziet dit als eerherstel'

Stefaan De Clerck praat voor het eerst over zijn terugkeer als minister van Justitie.
Tien jaar geleden moest hij ontslag nemen na de ontsnapping van Marc Dutroux. Intussen is Stefaan De Clerck (CD&V) nog maar pas opnieuw minister van Justitie of twee ontsnapte gangsters veroorzaakten afgelopen week de zoveelste zwarte dag voor ons gerechtelijk apparaat. 'Ik zit terug in de film van tien jaar geleden', vertelt Stefaan De Clerck. 'Alsof men destijds op de stopknop heeft gedrukt en op 30december terug op  play  heeft geduwd.'  Ik ga samenzitten met Hans Rieder en Jef Vermassen om die procedurekwesties te bespreken

Sinds Stefaan De Clerck(57) in de nasleep van de Fortisaffaire Jo Vandeurzen mocht opvolgen, is Justitie van het ene incident in het andere gesukkeld. Door een vormfout in de wet op de bijzondere opsporingsmethodes (de BOM-wet) verlieten tien gangsters vrolijk fluitend de gevangenis. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg heeft onze assisenprocedure veroordeeld en donderdag stond het Brusselse justitiepaleis in rep en roer na de spectaculaire ontsnapping van die twee zware jongens.

'Het gebeurde weer op een donderdag, tijdens het vragenuurtje in de Kamer', zegt De Clerck. 'Dat was ook zo bij de ontsnapping van Dutroux, die 23ste april 1998. Ik ben toen met een donderslag uit de regering verdwenen. Nu ben ik met een donderslag teruggekomen, en beleef ik meteen die vrijlatingen en ontsnappingen. Alsof de tijd is blijven stilstaan. Intussen heb ik al twee donderdagen achter de rug, en telkens was er een minidebat over Justitie.'

U hebt vreselijke weken achter de rug?

Stefaan De Clerck: 'Dit zijn inderdaad vreselijke weken, maar met een diep herkenningsgevoel. Ik kan terugvallen op reflexen waarvan ik niet wist dat ik ze nog had. Die manier van aanpakken van dit soort crisissen zit nog in mijn lijf. Ik lig gelukkig geen nachten wakker en ben helemaal niet verlamd door wat er gebeurt. Integendeel: ik stel vast dat ik dit graag doe.'

Hoe hebt u vernomen dat u opnieuw minister kon worden?

'Dat was een complete verrassing. Als burgemeester van Kortrijk was ik met totaal andere zaken bezig: kunst, design, architectuur, het uitbouwen van een Eurometropool met Lille en Doornik. Maar ik volgde de crisis rond mijn drie vrienden Jo Vandeurzen, Inge Vervotte en Yves Leterme wel op de voet. Ik dacht misschien wel kans te maken om voorzitter van de Kamer te worden, als opvolger van Herman Van Rompuy. Dat had ik zelfs kunnen combineren met mijn burgemeesterschap. Maar toen die functie aan de Open VLD en Patrick Dewael toekwam, vertrok ik die dag zonder bijzondere verwachtingen naar onze fractievergadering. Daar sprak Yves Leterme me aan: Proficiat! Justitie! Maar neem alstublieft mijn chauffeur José over.'

'Doe maar uw schoon kostuum aan, zei Marianne Thyssen. Dat is codetaal voor: je wordt minister. Maar ik was die dag informeel gekleed, want ik had echt niets verwacht. Ik ben vierklauwens naar het souvenirwinkeltje van de Kamer van Volksvertegenwoordigers gestapt, heb daar voor 21euro snel een das gekocht, met het insigne van de Kamer erop, en bordeauxkleurig. Dat paste nog het best bij mijn sportieve, fluwelen jas. Een uurtje later stond ik op het paleis voor mijn eedaflegging. Ik heb me bij de koning verontschuldigd dat ik niet echt in een chic donker pak voor hem stond.'

U leidde in Kortrijk een comfortabel leven als burgemeester en Kamerlid. Waarom dan toch die moeilijke job aanvaard?

'Dat gevoel van plicht speelt zeker mee. Maar ik heb ook het zinderende gevoel dat ik een vervolg kan breien aan iets dat tien jaar geleden brutaal is afgebroken. Dat gevoel is zelfs betoverend.'

U komt wel terecht op een departement in crisis.

'Dus doe ik verder zoals tien jaar geleden (toen Justitie in de nasleep van de affaire-Dutroux ook zware tijden beleefde, nvdr.). Ook nu klampen mensen mij aan met de woorden: Dit kán toch niet, u móét daar iets aan doen. Wel, dinsdag is een wijziging aan de BOM-wet besproken, intussen is ze gepubliceerd in het Staatsblad. Snel en efficiënt noem ik dat.'

De publieke opinie begrijpt echt niet dat tien gangsters lachend de gevangenis mogen verlaten. Wat zij hebben mispeuterd, weegt toch veel zwaarder dan die procedurefouten?

'De voortdurende strijd tussen goede rechtsbedeling en gerechtigheid is iets van alle tijden. Dat criminelen op die manier vrij zijn geraakt, valt inderdaad niet uit te leggen. Maar er zijn nu eenmaal regels en procedures om iedereen op een gelijke manier te beschermen in de complexe wereld van de rechtspraak. Als je iedereen wil beschermen en de regels voor iedereen op dezelfde manier wil toepassen, dan komen soms mensen vrij van wie je zegt: Dit is onaanvaardbaar.'

Bent u er zeker van dat de wetswijziging kan voorkomen dat van die 94 gelijkaardige dossiers geen enkele gangster meer vrijkomt?

'Waarvan ben ik nog zeker in dit leven? Dit is in ieder geval een heel ernstige en correcte poging. Het is snel gebeurd, maar weloverwogen. Ik heb er zeer goede hoop op dat er geen gelijkaardige vrijlatingen meer komen. Intussen zijn er ook al rechters die zonder die wetswijziging een oplossing hebben gevonden. We hebben hen gewoon een extra middel aangereikt.'

Urbanus klaagde afgelopen week met een rijmpje advocaat Hans Rieder aan, want hij ligt aan de oorsprong van de procedureslag die de gangsters op vrije voeten zette. Wat vindt u van dat soort advocaten?

'Ik kom zelf uit een advocatenfamilie, ik ben zelf advocaat geweest en mijn vrouw is het nog altijd. Hans Rieder is een bekwaam advocaat en legt op een heel scherpe manier bepaalde problemen in de wetgeving bloot. Dat dit ook gebeurt in gevoelige dossiers, moeten we erbij nemen. Ik ga graag in op zijn uitnodiging om met hem aan tafel te gaan zitten, en met andere advocaten, zoals Jef Vermassen. Ik heb er alle belang bij om met hen te bekijken waar dit soort problemen zich nog kan voordoen.'

Intussen moet u na de veroordeling door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ook de wetgeving rond de assisenprocessen aanpassen. U bent meer minister van Reparatie dan van Justitie?

'Ik ben heel blij dat we de reparatie voor de BOM-wet in enkele dagen hebben geklaard. Voor assisen zouden we toch een jaar de tijd moeten nemen. Maar inderdaad: ik hoop dat ik niet de hele tijd bezig moet zijn met reparaties, maar dat ik kan voortwerken aan de modernisering van Justitie, die door Jo Vandeurzen is ingezet. Ik wil op zijn elan doorgaan en het management van de strafuitvoering verbeteren. Dat was ook het aandachtspunt van Jo Vandeurzen.'

De dag van uw eedaflegging suggereerde u dat u de stoel warmhoudt voor Jo Vandeurzen. Wordt hij dan opnieuw minister van Justitie indien hij wordt vrijgepleit door de onderzoekscommissie over Fortis?

'Ik heb inderdaad gezegd dat ik dit doe voor Jo Vandeurzen. Maar ik heb nooit bedoeld dat ik na die onderzoekscommissie verdwijn ten voordele van Jo Vandeurzen. Ik zal er wel alles aan doen opdat hij opnieuw in de operationele politiek kan komen. Wij gaan met deze ploeg door tot 2011, maar Jo mag niet verloren gaan voor de Belgische politiek en CD&V. Hij is een schitterend politicus. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie heeft een rode kaart getrokken voor de regering en de minister van Justitie. Daardoor zit Jo op de bank. Maar intussen zijn we de herhaling van de beelden aan het organiseren, met die onderzoekscommissie. Ik ben er zeker van dat Jo Vandeurzen geen fouten heeft gemaakt en zeer correct heeft gehandeld als minister van Justitie. Als de onderzoekscommissie hem vrijpleit - en het is aan haar om te oordelen - dan moet Jo zo snel mogelijk terug op het terrein komen.'

Als minister?

'Er zijn vele mogelijkheden. Tegen dan staan we ook dicht bij de Vlaamse verkiezingen. Ook Yves Leterme en Inge Vervotte moeten zo snel mogelijk terug op het veld staan. Inge, Yves en Jo zijn en blijven onze sterspelers, al is onze partij sterk genoeg om intussen voor de continuïteit te zorgen.'

Als u er zo zeker van bent dat Vandeurzen onschuldig is, is die onderzoekscommissie dan nog wel nodig?

'Het is niet aan mij om een eindoordeel uit te spreken. Maar het is mijn akte van geloof dat Jo correct heeft gewerkt. Ik heb ook een akte van hoop: dat die onderzoekscommissie degelijk werk levert. Want ze onderzoekt de relatie tussen de gerechtelijke en politieke wereld, en raakt daarmee aan de fundamenten van onze democratie.'

Uw partijgenoot Tony Van Parys bekende deze week dat hij het best erg vond dat hij geen minister van Justitie mocht worden.

'Ik vind dit bijzonder jammer voor Tony. Ik waardeer hem en reken hem tot mijn vrienden. Ik ben zelfs familie van zijn echtgenote en ken hem dus al mijn hele leven. Ik zit hier wel mee, maar sta machteloos. Ik kan moeilijk mezelf een ontslag toewensen om voor Tony plaats te maken.'

De jongste jaren had u ongetwijfeld een iets rustiger leven. Had uw gezin er geen bezwaar tegen dat u opnieuw minister werd?

'Onze vijf kinderen zijn intussen afgestudeerd en het huis uit. Dat geeft me wat dat betreft wat meer comfort. Maar anderzijds stel ik vast dat mijn echtgenote en kinderen trots zijn. Voor hen betekent dit toch een beetje eerherstel.'

Was u daaraan toe, na dat bruuske ontslag door de korte ontsnapping van Marc Dutroux?

'Ik ben daar zelf niet zo gevoelig voor. Ik voel mij zelf een van de gelukkigste politici van dit land, want ik heb als Kamerlid, minister, partijvoorzitter en burgemeester heel veel kunnen realiseren. Ik zocht dus geen eerherstel. Maar ik merk nu wel dat zeer veel mensen uit mijn omgeving mij aanspreken of een briefje sturen, telkens met dezelfde teneur: Gerechtigheid is geschied! Ik voel dat ook wel thuis, in mijn gezin. Dit is toch wel een beetje een rechtzetting, inderdaad.'

Peter De Backer