Ministers Vandeurzen en De Clerck ondertekenen protocol tegen kindermishandeling
Minister van Justitie Stefaan De Clerck en Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen ondertekenen vandaag op de Veiligheidsconferentie in Antwerpen het protocol kindermishandeling. Ze engageren zich voor een intense samenwerking in de bestrijding van kindermishandeling. Ze gaan in het protocol nieuwe verbintenissen aan. De ministers verbinden zich met de ondertekening tot:
• het bevorderen en organiseren van overleg over kindermishandeling op lokaal en Vlaams niveau;
• sensibilisering, informatie en vorming;
• een gemeenschappelijke richtlijn voor de bestrijding van kindermishandeling, het “stappenplan kindermishandeling”.
Structureel overleg tussen de actoren van Welzijn en Justitie maakt een doeltreffender bestrijding van kindermishandeling mogelijk. Het protocol kindermishandeling voorziet dit overleg op twee vlakken, op niveau van het gerechtelijk arrondissement en op Vlaams (beleids)niveau.
In de eerste plaats willen beide ministers inzetten op lokaal overleg. In de schoot van de arrondissementele raden voor het slachtofferbeleid komen er subgroepen kindermishandeling. Deze subgroepen zijn op het niveau van elk gerechtelijk arrondissement in Vlaanderen een structureel overlegorgaan voor kindermishandeling. Ze bestaan vandaag al in de meeste van de gerechtelijke arrondissementen in Vlaanderen. De praktijkactoren komen er samen om de problemen waar zij op stoten te bespreken en samen te zoeken naar oplossingen. Het is mogelijk dat de deelnemers aan een dergelijk overleg op structurele problemen stoten die het lokale niveau overstijgen en niet in het arrondissement aangepakt kunnen worden. De subgroepen kindermishandeling rapporteren de moeilijkheden vervolgens aan het “Vlaams Forum Kindermishandeling”.
Nieuwe overlegstructuur
Het “Vlaams Forum Kindermishandeling” is een nieuwe overlegstructuur die omschreven staat in het protocol kindermishandeling. De samenstelling en modaliteiten van het overleg worden later, na overleg met de mensen in de praktijk, vastgelegd in een protocol van de bevoegde ministers. Het Forum moet aanbevelingen doen aan de bevoegde overheden en mee oplossingen zoeken voor structurele problemen.
Ministers Vandeurzen en De Clerck zijn bereid te investeren in sensibilisering, informatieverstrekking en vorming. Voorkomen en vroeg detecteren van (signalen van) kindermishandeling zijn voorwaarden voor een efficiënte aanpak. Een algemene informatieverspreiding aan de hele (Vlaamse) bevolking en meer specifiek aan (aanstaande) ouders is van groot belang. De Vlaamse Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen neemt met de ondertekening van het protocol deze verbintenis op zich. Een specifieke sensibilisering van, slachtoffers, hun ouders, daders, … zal gebeuren door beide ministers, met respect voor elkaars bevoegdheden.
Jeugdhupverlening
Daarnaast is er ook nood aan informatie en vorming in de sectoren van (jeugd)hulpverlening en politie en justitie. Dit is een taak voor respectievelijk de Vlaamse Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de Minister van Justitie.
Tot slot verbinden de ministers De Clerck en Vandeurzen zich ertoe om een “stappenplan kindermishandeling” te verspreiden. Dit stappenplan is “een gedragscode voor een kwaliteitsvolle interventie” en zal als een gemeenschappelijke richtlijn in beide sector worden verspreid.
In de richtlijn staat dat elke interventie in geval van kindermishandeling volgens vijf opeenvolgende stappen verloopt. Voor elk van deze stappen is er een toelichting voor de hulpverleningssector en de justitiële sector. In concrete gevallen zullen de verschillende stappen niet altijd even strikt afgelijnd zijn en niet noodzakelijk met dezelfde snelheid worden genomen. Het onderscheid tussen de verschillende stappen is belangrijk in het licht van een beter begrip van de taakverdeling en mogelijkheden in de verschillende sectoren. Een hoeksteen van een goede aanpak van kindermishandeling is namelijk de kennis van de actoren van de eigen mogelijkheden en beperkingen en de weg die ze kunnen volgen in andere sectoren. Doorheen het hele traject is de veiligheid van het kind het eerste criterium.
De stappen
Deze stappen zijn: informatie (1), advies (2), melden (3), onderzoek en diagnose (4) en tot slot zorgplan en opvolging / vervolging en strafuitvoering (5).
(1) De fase van informatie beoogt een bewustmaking van de bredere bevolking van het fenomeen kindermishandeling. In deze betekenis kan deze fase samengaan met de verbintenis van informatie en sensibilisatie die de ministers aangaan. Een tweede doelstelling van deze fase is het verspreiden van informatie over de mogelijkheden bij justitie en hulpverlening in geval van kindermishandeling. Deze informatie moet mensen toelaten een geïnformeerde beslissing te nemen wanneer zij in concrete gevallen met kindermishandeling worden geconfronteerd.
(2) Het inwinnen van concreet advies wordt als tweede stap onderscheiden, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan een adviesvraag in de hulpverlening. De rol en de expertise van Vertrouwenscentra Kindermishandeling krijgt hier alle ruimte.
(3) Een melding van kindermishandeling kan zowel bij de hulpverlening als bij politie of parket. Alle actoren moeten in staat zijn een melding van kindermishandeling te ontvangen en erop te reageren. Er worden wel gespecialiseerde aanspreekpunten aangeduid, waar hulpverlening en justitie op hun beurt terecht kunnen voor informatie. Dit zijn de Vertrouwenscentra Kindermishandeling in de sector van de hulpverlening en de Referentiemagistraten Kindermishandeling, die de procureurs des Konings in alle parketten in Vlaanderen hebben aangeduid.
(4) Diagnose en onderzoek is de vierde stap in de aanpak van kindermishandeling. In de hulpverlening zal een hulpverleningstraject worden doorlopen. In de justitiële sector zal het parket telkens een dossier van “problematische opvoedingssituatie” (POS) openen en zijn beschermende maatregelen voor de minderjarige mogelijk. Voor het strafrechtelijk onderzoek tegen de dader zijn er twee pistes mogelijk, namelijk het opsporingsonderzoek onder leiding van de procureur des Konings en het gerechtelijk onderzoek onder leiding van de onderzoeksrechter, met elk hun eigen mogelijkheden.
(5) De vijfde stap maakt een duidelijk onderscheid tussen hulpverlening (zorgplan en uitvoering) en justitie (vervolging en strafuitvoering). Voor beide sectoren wordt het perspectief van dader en slachtoffer afzonderlijk toegelicht. In de hulpverlening staat de gezinsgerichte begeleiding voorop, zolang de veiligheid van het kind dit toelaat. In de justitiële sector zijn nog heel wat vormen van hulpverlening mogelijk, zowel voor als na een strafrechtelijke uitspraak.
De ondertekening van het protocol kindermishandeling is de start van meer samenwerking en structureel overleg tussen welzijn en justitie en een adequaat antwoord op kindermishandeling.