Seksuele delinquenten
Sexuele delinquenten: nauwlettende opvolging
Een effectieve en nauwlettende opvolging van seksuele delinquenten is één van de belangrijke aandachtspunten in het beleid.
Wat betreft het aantal seksuele delinquenten blijkt uit een zeer recente telling van de geïnterneerden binnen de gevangenissen dat er 144, of 15% van het aantal geïnterneerden, als hoofddiagnose een parafilie hebben. Wanneer we er de geïnterneerden met een seksuele stoornis als secundaire diagnose bij tellen, dan gaat het om samen 344 personen. Daarnaast zijn er ook nog de tot een gevangenisstraf veroordeelde seksuele delinquenten.
Het betreft hier een vrij omvangrijke groep, die ook lang in de gevangenissen blijft, uit plaatsgebrek of bij gebrek aan bereidheid vanwege de psychiatrische instellingen om ze op te nemen.
In 1998 werden samenwerkingsakkoorden afgesloten tussen Justitie, de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap voor wat betreft de geestelijke gezondheidszorg. Een gelijkaardig akkoord werd afgesloten met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De samenwerkingsakkoorden maken de weg vrij voor een drieledige aanpak, waarbij zowel de dader van het misbruik, als de maatschappij en het slachtoffer betrokken zijn. De dader van het misbruik wordt geholpen om zijn seksgerelateerde problemen te beheersen, de maatschappij voorziet in de nodige voorschriften over de informatie-uitwisseling, het beroepsgeheim en algemeen geldende rechten en verplichtingen, en het slachtoffer ten slotte uit zijn verwachtingen met betrekking tot de aan het beoogde resultaat verbonden morele verplichting: geen recidive.
De samenwerkingsakkoorden zijn 10 jaar oud en zullen in de loop van de komende maanden geëvalueerd worden.
De nood aan opvang en begeleiding doet zich vooral voor in de residentiële centra.
Experten zijn van oordeel dat voor deze doelgroep van seksuele delinquenten naast de ambulante programma’s ook residentiële behandeling noodzakelijk is.
Psychiatrische ziekenhuizen, zoals deze te Beernem, Sint-Truiden, Sint-Niklaas en Doornik, die afdelingen hebben voor deze doelgroepen, krijgen tot nu toe geen middelen voor behandelingsprogramma’s en omkadering.
In 2009 zal in samenwerking met de minister van Volksgezondheid een eerste fase worden gerealiseerd met de upgrade van 90 T-bedden tot intensieve behandelunits voor seksuele delinquenten. Hiervoor wordt door Volksgezondheid een specifiek budget voorzien.
Gelet op de actualiteit van het thema en de nood aan een aangepaste omkadering, behandeling en regelgeving, in het belang van de daders, de slachtoffers en de maatschappij, zullen we in het voorjaar 2009 een conferentie organiseren over het fenomeen van de seksuele delinquentie. De Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid zal in de organisatie van deze conferentie een sleutelrol krijgen.