Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

Strafuitvoeringsrechtbank

De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken

Vier belangrijke wetten werden in 2006 en 2007 goedgekeurd  en hebben een bijzonder grote impact op de problematiek van de strafuitvoering. Hun voornaamste gemeenschappelijke kenmerk is dat ze de beslissing over de strafuitvoering toevertrouwen aan de strafuitvoeringsrechtbank (SURB) of aan een strafuitvoeringsrechter (SUR).

Een aantal bepalingen van deze wetgeving zijn al in werking getreden. Voor andere is dit nog niet het geval, maar de regelgeving voorzag wel in een timing.

Zo is sinds 1 februari 2007 de SURB bevoegd voor de voorwaardelijke invrijheidstelling en voor strafuitvoeringsmodaliteiten van veroordeelden met een totale strafduur van meer dan 3 jaar. Andere vervaldagen waren vooropgesteld voor de wet op geïnterneerden (1 januari 2009), de problematiek van de terbeschikkingstelling (1 augustus 2009) en de straffen voor 3 jaar en minder (1 september 2009).

Verschillende instanties hebben de werking van de SURB onderzocht: het Hof van Cassatie, de Hoge Raad voor de Justitie, het College van procureurs-generaal, de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid, het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie, de advocatuur, de Directoraten-generaal van de FOD Justitie.

Allemaal zijn ze tot de bevinding gekomen dat het onverantwoord zou zijn de bevoegdheden van de SURB voort uit te breiden zonder dat aan de noodzakelijke randvoorwaarden op het gebied van organisatie, logistieke ondersteuning en personeelsbezetting is voldaan. In overeenstemming met wat daarover in het regeerakkoord staat, hebben we hier bijzondere aandacht aan besteed en voorzien we middelen om de strafuitvoeringsrechtbanken en de justitiehuizen op kruissnelheid te brengen. Op die manier willen we uiteindelijk de omkadering en de begeleiding waarborgen van verdachten die onder voorwaarden in vrijheid gesteld worden.

In afwachting van het voltrekken van deze acties is in de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (II) de inwerkingtreding van de voormelde wetten uitgesteld (B.S., 7 augustus 2008). De nieuwe data moeten worden begrepen als uiterste einddata. Voor elk van de beleidsdomeinen hanteren we een tijdslijn. Geleidelijk aan en volgens de evolutie van de werkzaamheden zullen de wetteksten en eventuele uitvoeringsteksten in werking worden gesteld. Het is geenszins de bedoeling voor alle projecten tot deze uiterste datum te gaan.

Zo zijn in het Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2008 de koninklijke besluiten van 1 oktober 2008 verschenen ter instelling van de overlegstructuren. Die moeten het mogelijk maken dat de actoren de samenwerking evalueren op meerdere vlakken: onderlinge communicatie - mededeling van stukken tot stoffering van de dossiers van elk van de actoren informatie over de genomen beslissingen door de SURB, het openbaar ministerie, de gevangenisdirectie, de actoren binnen de justitiehuizen – de kennisgeving aan de gedetineerde, aan het slachtoffer –, enz.

Op dit ogenblik leggen we de laatste hand aan de inventaris van alle suggesties, opmerkingen en voorstellen ter verbetering van de regelgeving met betrekking tot de bevoegdheden en de werking van de strafuitvoeringsrechtbanken, en van bepaalde technische moeilijkheden in de verschillende wetten.

Daarover hebben we al een eerste keer overlegd met de betrokkenen. We zullen werken in twee fasen: een eerste fase met een aantal dringende reparaties tegen begin 2009 en een tweede fase tegen het einde van 2009.

Bij Koninklijk besluit zullen een aantal artikelen in uitvoering worden gebracht die eveneens tot doel hebben ofwel de rechtspositie van gedetineerde en/of slachtoffer te verbeteren, of de werking van het geheel te verbeteren.

Alles wordt ook voorbereid om tegen 1 februari 2009 een territoriale herschikking te kunnen doorvoeren bij de strafuitvoeringsrechtbanken, wat zal gepaard gaan met een uitbreiding van het aantal effectieven. Tegelijkertijd zal de bevoegdheid van de terbeschikkingstelling worden toegewezen.

De andere uitbreidingen en overdrachten zullen worden doorgevoerd tegelijk met de evolutie van de uitbreiding van de capaciteit in de strafinrichtingen gedurende 2010 en 2011. Dit zal gepaard gaan met het verhoudingsgewijs opvoeren van de personele en materiële middelen verbonden aan de uitbreidingen.