Studie burgerlijke partijstelling
In het beleidsplan van het openbaar ministerie is er sprake van het invoeren van een toetsing van de proportionaliteit van de burgerlijke partijstelling. In het bijzonder worden deze gerechtelijke onderzoeken geviseerd, waarin iemand zich burgerlijke partij heeft gesteld, doch die betrekking hebben op een burgerlijk geschil en waar het strafrechtelijk aspect bijkomstig is. Deze dossiers slorpen enorm veel capaciteit op bij politie en gerecht en staan een voldragen strafrechtelijk beleid in de weg.
In de hoorzitting van het College van Procureurs-generaal op 10 februari 2010 in het parlement aangaande de doorlooptijden bleek dat de burgerlijke partijstelling inderdaad een belangrijke impact heeft. Niet alleen blijken de doorlooptijden van dergelijke dossiers meer dan dubbel zo lang als de dossiers na vordering door het openbaar ministerie maar ook leidt ongeveer de helft van deze dossiers tot een buitenvervolgingstelling.
De studie beoogt na te gaan hoe dit beter kan gestroomlijnd worden, zonder fundamenteel te raken aan het recht van burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter.
Historiek en stand van zaken
Bijzonder bestek nr. 2010/BBL/311/PL/005 werd uitgeschreven: 'Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking betreffende een onderzoek naar de potentiële modaliteiten tot invoering van een proportionaliteitstoetsing van de burgerlijke partijstelling in de Belgische strafprocedure’.
Alle universiteiten van het land werden aangeschreven. Zij hebben tot 21 mei 2010 de tijd om in te schrijven.
Het eindrapport dient uiterlijk zes maanden na de gunning van de opdracht opgesteld.