Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

Toespraak Minister De Clerck tijdens de installatievergadering

SDC-parlement-6-OK.jpg

Vandaag starten we een bijzondere opdracht. Wellicht het meest edele van het politieke werk: over partij- en meerderheidsgrenzen heen, over vele gevoeligheden en tegenstellingen heen, zoeken naar een politiek akkoord over de hervorming van het gerechtelijke landschap, fundament van onze trias politica. We doen dit in het Parlement, het epicentrum van de politiek.

Heren Voorzitters van Kamer en Senaat,
Dames en heren Voorzitters van de deelnemende politieke partijen,
Dames en heren collega’s uit het Federale Parlement,
Dames en heren deelnemers aan deze bijzondere werkgroep,
Dames en heren van de media,
Geachte genodigden,

Dames en heren, we starten inderdaad een politieke opdracht. De actoren van Justitie hebben zich via vele adviezen en besprekingen duidelijk uitgesproken voor een hervorming, weze het niet altijd op een eenduidige wijze. Ze zullen nog worden geconsulteerd en uiteraard blijven ze betrokken bij de verdere hervorming, maar vandaag is het aan de politiek om keuzes te maken.

Het vertrouwen in Justitie is laag, er is veel kritiek op de werking van Justitie. Aan ons om daar een antwoord op te formuleren.

Ik heb heel bewust gekozen voor de titel: ‘Hervorming van het gerechtelijk landschap. Naar een nieuwe architectuur voor Justitie’.

Ik geloof in de kracht van een architectenploeg die een complexe opdracht ordent en zo schikt dat een landschap, een stad, een huis wordt ontworpen, dat maximaal beantwoordt aan de wensen van de opdrachtgever.

Onze opdrachtgever is de bevolking. Meteen ook de rechtszoekende. Hij die op zoek is naar een juiste rechterlijke tussenkomst en die vraagt naar kwaliteit, in al haar vormen, en gedurende het hele verloop van een soms veel te lang aanslepende procedure. Uiteraard zullen we daarbij de onafhankelijkheid van de rechter in zijn kernopdracht, namelijk het spreken van recht, respecteren.

Als wij erin slagen een goed ontwerp te maken, ben ik er zeker van dat velen klaar staan om met groot enthousiasme ons ontwerp uit te voeren, niet in het minst de academische wereld, de administratie van justitie maar vooral alle actoren van Justitie die duidelijk het signaal hebben gegeven ‘Nu of nooit’.

Dames en heren,

Als grote concepten worden voorgesteld zegt men vlug: ‘Wees eens concreet!’.
Als alleen korte termijnambities projectmatig worden voorgesteld, zegt men vlug ‘Waar is de visie?’.

Wij moeten het vertrouwen hebben dat alle voorwaarden voorhanden zijn om hier de beide tijdshorizonten te combineren. Een visionaire benadering, ja maar tegelijk is een coherent concept nu mogelijk en noodzakelijk.

We weten ook dat – ik zeg maar – werklastmeting, een nieuwe tuchtwetgeving, een familierechtbank, een integraal management voor geresponsabiliseerde korpschefs, ook op korte termijn of bij wijze van een pilootproject nu al concreet kunnen worden uitgewerkt.

Ik geloof dus in een zelfvoedende dynamiek, een mentaliteit bij alle betrokkenen om er nu voor te gaan en om de vele tussentijdse stappen gekaderd te zien in een groter concept waarrond een politieke concensus bestaat.

Dames en heren,

We starten in een open-debatformule, waarbij we snel en efficiënt tot resultaat moeten komen, met name voor het eind van het jaar. Anderzijds leren we dat we met de ‘rustige vastheid’ in deze troebele tijden zekerheid kunnen bieden.

Als we die beide methodes kunnen combineren, knopen we aan bij het Octopusoverleg dat in mei ’98 tot een goed eind werd gebracht. Op basis ervan is zowel de Hoge Raad voor Justitie opgericht als de geïntegreerde politie gerealiseerd. Het derde luik, met name de hervorming van de gerechtelijke instellingen werd niet uitgevoerd. Laat ons vandaag opnieuw de draad opnemen en daarbij alle tussentijdse adviezen en ervaringen positief meenemen in onze visie op de toekomst.

Na Octopus komt het Landschap, nu met 9 partijen.

In Nederland had men in 1844 negen vooruitstrevende Volksvertegenwoordigers die fundamentele hervormingen voorstelden. De “negen” mannen werden ze genoemd. Ze faalden evenwel. Willem II verwierp hun voorstellen. Vandaag zouden de vrouwen dit ook a priori hebben gedaan. Deze naam is dus niet bruikbaar.

Gewoon verwijzen naar de “negenproef” is wellicht te wiskundig voor velen onder ons. Een juister beeld of symbool is misschien het Atomium. Negen entiteiten die in een niet evidente combinatie toch een evenwichtig resultaat vormen. Een getaand monument dat met de inspanning van velen in een korte tijd gemoderniseerd is geworden en zelfs prachtig schittert. Met negen partijen starten we dus vandaag een atomiumoverleg. Het is mijn overtuiging dat we in staat moeten zijn om tegen het eind van het jaar een basisakkoord uit te werken met inbegrip van het luik over tucht.

Ik wens alle deelnemers aan deze bijzondere werkgroep het beste voor de komende weken en maanden en dank ze bij voorbaat voor de bijzondere inspanningen die ze zullen leveren om tot een akkoord te komen. Dit akkoord moeten we dan verder uitvoeren en zal zeker de huidige ambtstermijn ruim overschrijden. Er zal werk genoeg zijn voor mijn opvolgers, uit welke partij of generatie ze ook komen. Maar als de Commissie die we vandaag oprichten tot een visionaire en lijnvaste tekening van het nieuwe landschap komt, dan verwacht ik dat de volgende Minister van Justitie wel eens rond deze onderhandelingstafel zit.

Bij voorbaat dank ik ook de academici die een ondersteuning zullen geven aan de werkgroep en hier aanwezig zijn. Voor de aspecten van het beheer zijn dat Prof. Annie HONDEGHEM, prof. Dhr. DEPREZ en prof. Bruno BROUCKER (van de KULeuven), Prof. Dr. Frédéric SCHOENAERS (Ulg) en Prof. DR. Jan MATTIJS (ULB). Zij vormden het wetenschappelijk consortium dat een studie heeft gedaan van de verschillende voorstellen. Daarnaast doen we beroep we beroep op het Interuniversitair centrum voor gerechtelijk recht dat alle Belgische centra voor gerechtelijk recht groepeert voor alle aspecten van gerechtelijk recht, grondwettelijk recht. Aanwezig is de voorzitter van het interuniversitair centrum Prof.dr. Bruno Mae, VUB.

Beste collega’s,

Ik hoop dat onze besprekingen open, inventief en doelgericht zullen zijn.

Ik hoop dat we de bevolking tonen dat politiek overleg tot coherente oplossingen kan komen. Wat mij betreft zal ik er alles aan doen om samen met u deze verwachting te realiseren.