Toespraak naar aanleiding van de 1-jarige inwerkingtreding van de Wet op de Continuïteit van de Ondernemingen
Dames en heren,
De verwachtingen waren hoog gespannen toen ik de nieuwe Wet betreffende de Continuïteit van de Ondernemingen op 1 april 2009 in werking liet treden. Zouden de ondernemers hun koudwatervrees kunnen overwinnen en van dit nieuwe wettelijke instrument gebruik maken? Zouden de gespecialiseerde adviseurs hun cliënten de verschillende mogelijkheden van de wet durven voorstellen? Zou de wet met haar gewijzigde titel kunnen breken met het negatieve imago dat hing rond zijn voorganger, de Wet op het Gerechtelijk Akkoord? Zouden rechters de nodige goodwill hebben om de nieuwe regels toe te passen zoals zij bedoeld waren?
De nieuwe wet wordt deze week één jaar toegepast. Het is meteen een goed tijdstip om een eerste tussenstand te maken. We zullen straks de meest recente cijfers horen van Graydon, de gespecialiseerde verstrekker van informatie omtrent het handelsverkeer. Maar de tendensen die tot nu toe duidelijk waren, waren over het algemeen positief:
(i) Ondernemingen van verschillende omvang doen beroep op de wet. Van beursgenoteerde ondernemingen, tot grote en middelgrote bedrijven. En – zeer belangrijk – ook honderden kleinere ondernemingen zien voordeel in de nieuwe wettelijke instrumenten die hen worden geboden.
(ii) Er werd i.v.m. de vorige wet in het eerste levensjaar van de nieuwe wet een veelvoud van het aantal verzoeken tot gerechtelijke reorganisatie ingediend, namelijk een tienvoud.
(iii) En er is een veel betere geografische spreiding van het aantal verzoeken i.v.m. vroeger. Zowel in Vlaanderen als Wallonië kent de wet in vergelijkbare mate toegepast.
Naast de officiële cijfers zijn er ook tal van minnelijke akkoorden die buiten de gerechtelijke procedure worden aangegaan, maar wel conform de wet worden gesloten. Die minnelijke akkoorden met twee of meer schuldeisers worden wellicht niet in de officiële statistieken opgenomen, maar men mag de impact ervan voor tal van ondernemingen toch niet onderschatten. Daarnaast is ook het nieuwe luik dat bestaat uit de overdracht van de onderneming onder gerechtelijk gezag geen dode letter gebleven.
De verschillende actoren omarmen dus de nieuwe rechten en plichten die volgen uit de wet. We mogen dus zeker spreken van een geslaagde fresh start voor deze tak van het insolventierecht. En de rechtbanken van koophandel en griffies in ons land werken actief mee om die ondernemingen die levensvatbaar zijn een doorstart te bieden. Ik ben er van overtuigd dat deze wet nu al tal van bedrijven geholpen heeft die zich in een benarde positie bevonden en dat in de toekomst ook zal doen. Daarbij worden elke keer opnieuw jobs gered.
Er zijn ondertussen verschillende boeken gepubliceerd en er werden verschillende colloquia over het onderwerp gehouden. Ook de financiële en economische pers heeft al aandacht aan de wet besteed. Ondernemersfederaties als UNIZO nemen nu ook hun taak volop ter harte om de “WCO” ruimere bekendheid te geven in ondernemerskringen. Hierbij zal er ongetwijfeld aandacht zijn voor de nieuwe en verbeterde instrumenten die de wet biedt: het buitengerechtelijke minnelijk akkoord, de bedrijfsbemiddelaar of de gerechtsmandataris, en de verschillende opties tijdens de gerechtelijke reorganisatie. Zelf organiseer ik tijdens het Europees Voorzitterschap samen met de balie van Brussel een colloquium dat gedeeltelijk aan de nieuwe wet gewijd zal zijn. Al deze inspanningen samen moeten de wet ruimere bekendheid geven.
Sta mij toe er nog op te wijzen dat ook de gewesten een belangrijke rol spelen in het aanvullen van de wettelijke instrumenten. De regio’s beschikken immers over de bevoegdheid van faillissementspreventie. Het is trouwens in dat kader dat het Vlaamse Gewest via de KMO-portefeuille subsidies aanbiedt die tot 50% kunnen bedragen van de kosten van de ondernemingsbemiddelaar (met een maximum van 5.000 EUR). Ook het Brusselse Gewest biedt inmiddels ondersteunende maatregelen aan, en het Waals Gewest onderzoekt momenteel of het bestaande arsenaal aan instrumenten kan worden uitgebreid.
Ik zeg het vaak, en ik herhaal het vandaag: ook op het economische terrein speelt Justitie als departement een cruciale rol. Samen met de ondernemers en hun federaties dragen de verschillende actoren van justitie, zoals rechters, advocaten, enz, en de uitvoerende en wetgevende macht in ons land een belangrijke verantwoordelijkheid bij het behoud en opbouwen van het economische weefsel in dit landen bij het redden van werkgelegenheid. De Wet Continuïteit is hiervan niet alleen een mooi voorbeeld, maar ook een echt uithangbord.
Ik dank u.
Stefaan De Clerck
Minister van Justitie