Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

Toespraak van de heer A. De Decker, Voorzitter van de Senaat

Het Octopus-akkoord, dat op 24 mei 1998 door de acht democratische partijen in de Senaat ondertekend werd, gaf het startsein voor een diepgaande hervorming van de politiediensten en van de gerechtelijke organisatie.

Ik kan hier onmogelijk de vele initiatieven in herinnering brengen die sindsdien genomen zijn en de structurele maatregelen die werden getroffen om de werking van het gerecht in ons land te verbeteren. Toch wil ik er enkele vermelden : de oprichting van de Hoge Raad voor de Justitie, de – voorlopig gedeeltelijke – hervorming van ons strafprocesrecht, de verbetering van de status van de slachtoffers of de strafuitvoeringsrechtbanken.

En aantal denksporen waar men in 1998 mee bezig was, heeft evenwel niet tot concrete resultaten geleid. Hoewel er heel wat inspanningen zijn geleverd en er belangrijke vooruitgang is geboekt, blijft de burger Justitie zien als een weinig efficiënte instelling, die onvoldoende voeling heeft met de hedendaagse samenleving.

Naast het probleem van de beeldvorming, is er de noodzaak van een diepgaande hervorming. Onlangs verklaarde een magistraat in een krant : “c'est le moment d'aérer la pièce, d'ouvrir les fenêtres, pour apporter un souffle nouveau au monde judiciaire”. (De tijd is gekomen om de kamer te verluchten, de ramen te openen, om een nieuwe wind door de gerechtelijke wereld te laten waaien).

Het Gerecht vervult een fundamentele taak van de Staat, die hij niet kan delegeren of uit handen geven en die – zoals we allen weten – een voorwaarde is voor de goede werking van de democratie.
Indien men het vertrouwen in het Gerecht wil herstellen en de dienstverlening aan de rechtzoekende wil verbeteren, is het van fundamenteel belang dat men diep nadenkt over onze gerechtelijke organisatie. Als men de grondslag wil leggen voor een ambitieuze hervorming, moet men een brede politieke consensus vinden, maar tevens moet men overleg plegen met alle spelers in het veld.

De taak die u vandaag aanvat, moet de hinderpalen uit de weg ruimen en de tegenstellingen overbruggen.

De Senaat prijst zich gelukkig dat hij bij dit debat en die hervorming betrokken wordt en de deelnemers ervan in zijn gebouwen mag ontvangen. Ik hoop dat u op deze plaats, die doordrongen is van de ervaring van vele eminente juristen, die de gerechtelijke organisatie van ons land vorm hebben gegeven, een levendige inspiratiebron vindt.

Ik wens u veel succes.