Toespraak van de heer P. Dewael, Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers
Dames en heren,
Graag heet ik u als voorzitter van de Kamer welkom op deze plechtige installatie van de parlementaire werkgroep met betrekking tot de hervorming van justitie, die gemeenzaam Octopus Bis wordt genoemd. Het Octopusakkoord was het politiek akkoord dat in 1998 over de hervorming van politie en justitie in ons land gesloten werd. Octopus verwijst naar het feit dat toen acht politieke partijen in ons land, zowel van meerderheid als oppositie tot een akkoord kwamen.
Dit eerste Octopusakkoord was nodig en werd met succes bekroond. Het akkoord was in het bijzonder nodig omdat de zaak Dutroux had aangetoond dat de politie- en justitiediensten toen een reeks onweerlegbare fouten hadden gemaakt die een gevolg waren van de toenmalige structuur en werking van ons politie- en justitieapparaat. De hervorming was succesvol in die zin dat we erin geslaagd zijn om de gemeentelijke politie, de rijkswacht en de toenmalige juridische politie samen te voegen in één enkele geïntegreerde politiedienst met een structuur op twee niveau’s; de lokale politie en de federale politie. Vandaag werkt dit systeem goed en men merkt dit ook aan het groeiende vertrouwen dat de bevolking toont ten opzichte van onze politie.
Ook op het vlak van justitie werden toen een reeks hervormingen doorgevoerd. Topmagistraten worden niet langer voor het leven benoemd, maar slechts voor zeven jaar. Er kwam een federaal parket voor de grote misdaaddossiers geleid door een federale magistraat. En op 1 maart 1999 werd de Hoge Raad voor de Justitie opgericht om het vertrouwen van de burgers in justitie te herstellen en te verstevigen.
Ondanks deze laatste hervormingen moeten we durven toegeven dat er nog steeds heel wat lacunes bestaan die nefast zijn voor de werking en het imago van justitie. De recente onthullingen met betrekking tot een aantal magistraten, waarover momenteel een onderzoek lopende is, hebben het vertrouwen van de burgers in justitie opnieuw aangetast. Daar moeten we dringend aan verhelpen. Justitie is één van de belangrijkste, zoniet dé belangrijkste pijler van onze democratische rechtstaat. Samen met de wetgevende en de uitvoerende macht vormt ze mee de trias politica van ons land. De onafhankelijkheid, de onkreukbaarheid en de efficiëntie van ons gerechtelijk apparaat zijn cruciaal. We kunnen en mogen ons niet veroorloven dat er op dit vlak zaken gebeuren die niet door de beugel kunnen. Elke zweem van partijdigheid, gebrek aan daadkracht of belangenvermenging tast immers de fundamenten van ons democratisch systeem aan.
Daarom ben ik verheugd dat op het initiatief van de minister van Justitie al de democratische partijen van zowel de meerderheid als van de oppositie bereid zijn om in deze Octopus Bis een tien jaar oud debat opnieuw te lanceren. De minister van Justitie had de eerste stap in deze richting gezet door een nota op te stellen met als titel « Naar een nieuwe architectuur voor Justitie». Deze titel beschrijft ondubbelzinnig de aard van onze opdracht. Wij hebben niet de bedoeling om slechts een paar opsieringmaatregelen te nemen. Wij beogen diepgaande en structurele maatregelen.
Een cruciaal punt daarin is en blijft de onafhankelijkheid van het gerecht. Ik besef dat nogal wat mensen, zeker binnen de magistratuur met argusogen onze activiteiten zullen volgen. De vrees bestaat immers dat de politiek zich op een of andere manier zou moeien met het gerecht. Laat mij onmiddellijk stellen dat die vrees ongegrond is. Het ligt uiteraard niet in onze bedoeling om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht op welke wijze dan ook aan te tasten. Dat zou immers niet grondwettelijk zijn. Maar, onafhankelijkheid staat niet gelijk met onaantastbaarheid. De rechterlijke macht moet aanvaarden dat een vorm van externe controle op haar werking binnen de complexe samenleving van vandaag een noodzaak is. Niet alleen voor de kwaliteit van het justitiële werk, maar ook om het vertrouwen van de burgers in justitie te herstellen en te bestendigen.
Het siert de regering dat ze deze hervormingen samen met het parlement wil laten uittekenen en uitvoeren. Het parlement is tenslotte de eerste macht in dit land en de directe vertegenwoordiging van de bevolking. Dat vertegenwoordigers van alle democratische partijen zijn uitgenodigd en dat die hebben toegezegd om constructief mee te werken, kan ik als voorzitter van deze assemblee alleen maar toejuichen. Het kan er enkel voor zorgen dat de voorgestelde hervormingen een breed maatschappelijk draagvlak krijgen.
De commissie zal een strak tempo aanhouden door wekelijks bijeen te komen met als doel om tegen het einde van het jaar tot een volwaardig akkoord te komen. Met de ervaring van Octopus I weet ik dat dit heel wat werk vraagt van de commissieleden. Ik wens u dan ook een vruchtbare samenwerking.
Patrick Dewael