BIM - wet
Inleiding
Met de wet van 30 november 1998, houdende de regeling van de inlichtingen en veiligheidsdienst werd een wettelijk kader gegeven aan de beide Belgische inlichtingendiensten namelijk de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht. Deze wet heeft enkel en alleen betrekking op de algemene methodes van informatie-inzameling door de betrokken diensten.
Wat toen niet geregeld werd, waren de bijzondere en uitzonderlijke methoden die we met het nu voorliggende wetsvoorstel over de zogenaamde “Bijzondere Inlichtingen Methoden – BIM“ eindelijk een wettelijk kader willen geven.
We stellen vast dat onze wereld sinds 1998 fundamentele veranderingen heeft ondergaan op het vlak van veiligheid en veiligheidsrisico’s. De nieuwe moderne communicatiemiddelen, met name de internetinformatie, betekenen voor onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten een grote uitdaging. Ze moeten, een reëel veiligheidsrisico kunnen analyseren. Het toekennen van nieuwe methodes aan deze diensten moet gepaard gaan met waarborgen voor de veiligheid, de fundamentele rechten en vrijheden van onze burgers tegenover misbruiken die plaatsvinden door middel van moderne en snelle informatiekanalen en de vorm aannemen van bijvoorbeeld levensbedreigende acties.
Het is immers een prioritaire taak van onze “geheime” diensten om in een vroeg stadium de gevaren op te sporen die een democratische maatschappij kunnen bedreigen. Hiervoor hebben ze de juiste middelen nodig en moeten de Belgische grondwet en het Europese Verdrag van de Mensenrechten gerespecteerd worden.
Het wetsvoorstel, dat gebaseerd is op het wetsontwerp van de vorige regering, houdt nog meer rekening met het advies van de Raad van State en de opmerkingen uit de hoorzittingen van diverse instanties zoals het Vast Comité I, de Liga van de Mensenrechten, de orde van de balies, de Vereniging van Beroepsjournalisten (AVBB), het College van PG, de Federale Procureur, directeur OCAD en de hoofden van beiden inlichtingendiensten. Het wetsvoorstel moet leiden tot een evenwicht te vinden tussen de bescherming van de rechten van de burgers en de bijzondere methoden voor de inlichtingendiensten.
Wetsvoorstel
De wet wil duidelijk, transparant, toegankelijk en controleerbaar aangeven onder welke omstandigheden de inlichtingenmethoden aangewend kunnen worden, aangeven ook op welke wijze de besluitvorming gebeurt en op welke wijze een rechtzekere controle gebeurt.
Dit wetsvoorstel maakt een onderscheid tussen:
• Gewone methoden
• Specifieke methoden
• Uitzonderlijke methoden
We maken een onderscheid tussen de methodes in functie van de subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginselen. Men kan slechts overgaan tot een specifieke methode wanneer de gebruikelijke niet volstaat; volstaat de specifieke niet kan de uitzonderlijke worden toegepast.
De specifieke methode kan slechts worden aangewend na een schriftelijke en met redenen omklede beslissing van het diensthoofd en na kennisgeving van deze beslissing aan de Commissie. Voor het aanwenden van deze methoden ten opzichte van een advocaat, een arts of een journalist zijn er nog stringentere voorwaarden. Op het einde van iedere maand wordt er per aangewende specifieke methode een lijst overgemaakt aan de Commissie. De Commissie kan te allen tijde de aangewende methode stoppen en stelt het Comité I op eigen initiatief in kennis van haar beslissing.
De uitzonderlijke methode kan slechts worden aangewend als er o.a. ernstige bedreigingen bestaan voor de inwendige veiligheid van de Staat en het voortbestaan van de democratische grondwettelijke orde, de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen of het wetenschappelijk of economisch potentieel en wanneer bedreigingen betrekking hebben op een activiteit die verband houdt met spionage, terrorisme, hieronder begrepen het radicaliseringproces, de proliferatie, schadelijke sektarische organisaties en criminele organisaties zoals gedefinieerd in artikel 8, 1° van de wet van 18 december 1998.
Ten aanzien van een advocaat, een arts, of een journalist kunnen de uitzonderlijke methodes slechts toegepast worden indien de inlichtingendienst voorafgaandelijk over ernstige aanwijzingen beschikt dat de advocaat, de arts of de journalist persoonlijk en actief meewerkt of heeft meegewerkt aan het ontstaan of aan de ontwikkeling van de ernstige bedreigingen zoals zopas aangehaald. Bovendien moet het diensthoofd vooraf zijn ontwerp van machtiging voor te leggen aan de Commissie voor eensluidend advies. De Commissie houdt permanent toezicht en kan de methode onmiddellijk beëindigen als ze vaststelt dat de bedreigingen die haar wettigden, zijn weggevallen of als de uitzonderlijke methode niet meer nuttig blijkt te zijn voor het doel waarvoor ze werd aangewend of ingeval van onwettelijkheid.
De permanente op te richten bestuurlijke Commissie zal bestaan uit drie magistraten en worden bijgestaan door een secretariaat. Het voorzitterschap van de Commissie wordt uitgeoefend door een magistraat die de hoedanigheid van onderzoeksrechter heeft, bijgestaan door een rechter en één magistraat met de hoedanigheid van ambtenaar van het openbaar ministerie.
Het Vast Comité I is belast met de posteriori controle van de gebruikte methoden en handelt ofwel:
• Op eigen initiatief
• Op verzoek van de privacy commissie
• Op klacht van eenieder die een persoonlijk en rechtmatig belang kan aantonen
• Bij schorsing door de Commissie van een specifieke of uitzonderlijke methode
• Wanneer de Commissie geen advies uitbrengt binnen de vier kalenderdagen, kan de bevoegde minster gevat worden door de inlichtingendiensten om al dan niet een toelating te verlenen. De minister dient zijn beslissing mee te delen aan de voorzitters van de Commissie en van het Comité I.
Besluit
Naast de aangehaalde voorwaarden en restricties bevat het wetsvoorstel nog andere voorwaarden en maatregelen die de inlichtingendiensten dienen in acht moeten nemen bij de toepassing van de methoden. Dit om een zo volledig mogelijke controle te kunnen waarborgen ten overstaan van onze burgers.
Willen we dat in de toekomst onze inlichtingendiensten, die geconfronteerd worden met steeds grotere uitdagingen, niet compleet machteloos aan de zijlijn blijven staan, dan is het dringend noodzakelijk dat we deze diensten een aangepaste wetgeving geven. De aanwezigheid in ons land van belangrijke Europese en internationale instellingen, zoals de Europese Unie en NATO, en de grootste concentratie van personen met een diplomatiek statuut, deze gegevenheid legt een zware verantwoordelijkheid op het stuk van veiligheid bij België. Onze inlichtingendiensten zijn de laatste in Europa die niet over dergelijke wetgeving beschikken en de kans is reëel dat wat onze inlichtingendiensten niet kunnen, anderen wel in hun plaats op ons grondgebied zullen komen doen wat nog een groter gevaar inhoud voor de Belgische democratie.
De Minister van Justitie
Stefaan De Clerck