Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

De bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties

Wet tot wijziging van de artikelen 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en 162bis van het Wetboek van strafvordering en tot opheffing van artikel 6 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties – verhaalbaarheid erelonen advocaten - rechtsplegingsvergoeding.

Historiek en stand van zaken

De wet dateert van 21.02.2010 en werd gepubliceerd op 11.03.2010.

Het KB tot inwerkingtreding en vervollediging van deze regelgeving moet nog een laatste maal op de Ministerraad besproken worden. Daarna volgt publicatie van het KB en zal deze nieuwe wetgeving van toepassing worden.

Inhoud van de wet

De wet van 21 april 2007 inzake de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat voerde een systeem in waarbij in een rechtszaak de rechtsplegingsvergoeding (RPV) – een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat - ten laste kan worden gelegd van de in het ongelijk gestelde partij. De bedragen van deze vergoeding werden vastgesteld in het koninklijk besluit van 26 oktober 2007.

Deze regelgeving bevat een aantal tekortkomingen en geeft aanleiding tot een aantal onbillijke situaties. Voor sommige problemen biedt de rechtspraak en de rechtsleer soelaas, maar voor andere is wetgevend optreden vereist. Dit met het oog op de nodige verduidelijking en om aan de bestaande rechtsonzekerheid te verhelpen.

Voortvloeiend uit de voorstellen van een werkgroep, die daartoe binnen mijn Beleidscel werd opgericht en die bestond uit academici, advocaten en magistraten, werd er binnen de regering en op initiatief van Justitie een optimalisatie uitgewerkt van de wetgeving die de verhaalbaarheid van het ereloon van een advocaat in een procedure regelt.

Het voorontwerp van wet en ontwerp van KB strekken tot een bijsturing van de controversiële wetgeving inzake de verhaalbaarheid erelonen van een advocaat en dit waar nodig, zowel op technisch vlak als op vlak van de billijkheid, zonder evenwel afbreuk te doen aan de filosofie van het systeem.