Drugsbeleid
Drugsbeleid
Zoals vermeld in de beleidsverklaring 2008 willen we werk maken van een integraal en geïntegreerd drugsbeleid, gericht op effectieve ontrading via preventie, hulpverlening en repressie, dat uitgaat van een nauwe samenwerking tussen de bevoegde overheden en diensten.
Justitie moet gepast en gedoseerd reageren op strafbare feiten.
Uiteraard is de bestrijding van de productie, de distributie en de verkoop van illegale middelen de eerste prioriteit. Voor het drugsaanbod kiezen we voor een versterkt repressief beleid. Zoals voorzien in het Nationaal Veiligheidsplan 2008-2011 willen we in het bijzonder de productie tegengaan van synthetische drugs, en de cannabiskweek, de drugshandel (cocaïne-invoer en heroïnedoorvoer) en de straathandel (inclusief het drugstoerisme) bestrijden.
In uitvoering van de projectmatige aanpak voorzien in het nationaal veiligheidsplan, werd in 2008 voor het openbaar ministerie, en dit voor het eerst in de geschiedenis, een nationaal plan drugscriminaliteit geschreven. Concrete actieplannen voor de prioritair bepaalde fenomenen zullen daar nog uit voortvloeien.
Op het gebied van de grensoverschrijdende drugsproblematiek, in het bijzonder met Nederland, werden in 2008 heel wat nieuwe initiatieven genomen: het project “Fedland”, het project “grenssamenwerking middencriminaliteit Zuid-Nederland” en binnen de Euregio Maas-Rijn, het tweesporenbeleid met verhoogde controleacties gericht op drugstoerisme en drugsrunners, uitgetekend door de Dirco Tongeren, de oprichting van een Euregionale Taskforce Drugs, getrokken door het BES (Bureau Euregionale samenwerking), de verwachte studie van de heren professoren Fijnhout en De Ruyver, …
In 2009 zullen we deze weg verder bewandelen en de verschillende initiatieven op elkaar afstemmen. Naast de politionele samenwerking zullen ook de justitiële samenwerking en het overleg met de aangrenzende landen geïntensifieerd worden, zodat ze een structureel karakter krijgen. Dit moet leiden tot een doeltreffende bestrijding van de grensoverschrijdende drugscriminaliteit, een maximale uitwisseling van gegevens, een adequate opvolging en uitvoering van rechtshulpverzoeken, …
De focus moet liggen op een structurele aanpak van de fenomenen, het in kaart brengen van de volledige criminele drugsketen, inclusief het onderzoek naar de herkomst van de drugs, de opdrachtgevers, de afzetmarkt en de criminele opbrengsten. Met andere woorden, er wordt gemikt op de ontmanteling van de volledige criminele organisatie, inclusief de top achter de drugshandel.
Voor de aanpak van vergelijkbare problemen in andere regio’s kunnen we ons laten inspireren door de specifieke problematiek van de Euregio.
Ook voor de aanpak van drugsgebruikers en verslaafden bewandelen we verder de ingeslagen weg. Voor deze groep willen we alternatieven voor een gerechtelijke sanctie stimuleren en een maximale doorverwijzing naar de hulpverlening bewerken.
De proefzorgprojecten , die met goedkeuring van de toenmalige minister van Justitie werden gestart in de gerechtelijke arrondissementen Gent en Luik, kaderen volledig in deze filosofie. Proefzorg is een alternatieve afhandelingmodaliteit, waarbij middelengebruikers reeds op het niveau van het parket, dus in een vroeg stadium, kunnen worden doorgestuurd naar de hulpverlening. Proefzorg situeert zich binnen de praetoriaanse probatie en is vooralsnog niet wettelijk geregeld is. Het project Proefzorg Gent werd intussen zeer positief geëvalueerd en we hebben de principiële beleidsoptie genomen om dergelijke projecten uit te breiden naar alle arrondissementen.
Uit de evaluatie blijkt echter dat een nationale implementatie slechts haalbaar is als een aantal randvoorwaarden zijn vervuld, bijvoorbeeld op het stuk van de financiering van de hulpverleningscentra en van de positionering van de proefzorgmanager (casemanager justitie).
Een bijkomende studieopdracht met betrekking tot deze randvoorwaarden ging naar de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid. Deze dienst moet nu een voorstel tot oplossing voorleggen en de budgettaire gevolgen becijferen. Ook moet de Dienst nagaan welke de wettelijke omkadering van proefzorg kan zijn, al dan niet in het kader van de strafbemiddeling. Dit onderzoek is aan de gang en de resultaten worden verwacht in 2009. Meteen daarna zullen we het beleid bepalen.
In 2008 werd in de schoot van de Gentse correctionele rechtbank ook het nieuwe pilootproject ‘drugsbehandelingskamer’ opgestart en werd er een samenwerkingsprotocol ondertekend. Dit project heeft veel uitstaans met het vorige project, maar betreft een latere fase, namelijk de terechtzitting. Zetel, parket, balie, hulpverlening en justitiehuis hebben een nauwe samenwerking opgezet om op het niveau van de rechtbank een snelle doorverwijzing van de drugsgebruikende beklaagde naar de hulpverlening te realiseren. Ook dit project zullen we van nabij opvolgen, indien nodig bijsturen en uiteindelijk aan een grondige evaluatie onderwerpen.
Ten slotte werd in 2008 eindelijk de “cel algemeen drugsbeleid” boven de doopvont gehouden. Die zal in 2009 ongetwijfeld talloze projecten uitwerken die justitie dan zal opvolgen.
Met de Europese partnerlanden zullen we de drugsroute doorheen de landen van West-Afrika in al zijn verschijnningsvormen onderzoeken.