Familierechtbank
De familiale geschillen zijn momenteel verspreid over verschillende rechtsmachten: vrederechters, rechtbank van eerste aanleg, jeugd- of kortgeding-rechtbank.
Deze versnippering leidt tot bevoegdheidsconflicten en zelfs incoherenties tussen gerechtelijke beslissingen, en is bijgevolg onbegrijpelijk, nutteloos en inefficiënt voor de rechtzoekende.
Het project familierechtbank heeft als doel de dienstverlening aan de burger te verbeteren door de oprichting van één afdeling voor Jeugd en Familie in de rechtbank van eerste aanleg, waarin alle rechterlijke bevoegdheden met betrekking tot de familiale geschillen en jeugdproblematiek ondergebracht zullen worden.
De grote lijnen van dit project zijn:
-
coherentie: door het groeperen van de bevoegdheden
-
eenvoud en toegankelijkheid: door het inrichten van soepele procedures
-
gericht op geruststellende oplossingen in het belang van het kind: indien mogelijk door de voorkeur te geven aan de verzoening en de bemiddeling
-
specialisatie: de magistraten van deze afdeling zullen een specifieke opleiding genoten hebben. De advocaten die de minderjarigen bijstaan zullen ook een specifieke opleiding gevolgd moeten hebben;
Dit project is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen de kabinetten van de Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, met de hulp van verschillende rechterlijke en universitaire actoren.
Kernideeën
1. VERDELING VAN DE BEVOEGDHEDEN BINNEN DE NIEUWE AFDELING
De rechterlijke bevoegdheden met betrekking tot de familiale geschillen en jeugdproblematiek zullen verdeeld worden binnen een afdeling van de rechtbank van eerste aanleg volgens onderstaand schema:
Een structuur van hetzelfde type zal worden georganiseerd binnen de parketten maar ook binnen de hoven van beroep.
2. ÉÉN FAMILIE – ÉÉN DOSSIER
-
In familiezaken zal het geheel aan gerechtelijke beslissingen betreffende een familie in één dossier bewaard worden en indien mogelijk door dezelfde magistraat. Dit zal de coherentie in de beslissingen die ten aanzien van deze familie werden genomen, garanderen.
Het gaat hierbij voornamelijk om volgende geschillen:
-
Alle geschillen die uit een (echt)paar voortkomen;
-
Alle geschillen over of ten aanzien van de kinderen van dit (echt)paar;
-
In jeugdrechtelijke zaken (minderjarigen die een strafbaar feit hebben gepleegd, minderjarigen in een problematische opvoedingssituatie en minderjarige geesteszieken) zal ieder kind het voorwerp uitmaken van een apart dossier, overeenkomstig de huidige procedures.
3. DRINGENDE ZAKEN
De vereiste van spoed heeft een gevolg voor de toepasselijke procedure en niet meer voor de bevoegde kamer. Verscheidene graden van vereiste van spoed zullen in aanmerking genomen worden.
De ingeroepen hoogdringendheid:
-
Toepassing, voor de JEFA-afdeling, van de huidige kortgeding-procedure;
Vermoedelijke hoogdringendheid:
-
voor bepaalde, specifieke materies zal hoogdringendheid worden verondersteld. Het gaat om volgende materies:
-
gescheiden verblijfplaatsen
-
ouderlijk gezag
-
verblijfsregeling
-
recht op persoonlijk contact;
Voor deze materies zal de procedure in aanzienlijke mate worden versoepeld (mogelijkheid om sneller te procederen en mogelijkheid voor de rechter om korte termijnen vast te stellen om de zaak af te sluiten)
-
Voor de andere zaken, blijft de “gewone” procedure van toepassing.
4. DE BLIJVENDE SAISINE
-
Het principe van de blijvende saisine zal van toepassing zijn op de zaken die onder de “vermoedelijke hoogdringendheid” vallen (gescheiden verblijfplaatsen, ouderlijk gezag, verblijfsregeling en recht op persoonlijk contact) alsook op de geschillen inzake onderhoudsbijdragen. Dit biedt de rechtzoekende de mogelijkheid de zaak opnieuw voor de JEFA-afdeling te brengen middels een vereenvoudigde procedure in geval zich een nieuw element voordoet:
-
Nuanceringen op dit principe zijn voorzien.
5. DE PERSOONLIJKE VERSCHIJNING
De persoonlijke verschijning van de betrokkenen is voorzien in verschillende materies teinde het bemiddelings- en verzoeningsproces te bevorderen. Daar waar een persoonlijke verschijning niet gerechtvaardigd is, zal deze vervangen worden door een schriftelijke procedure
6. DE BEMIDDELING EN DE VERZOENING
De rechterlijke actoren (magistraten en advocaten) zullen nog meer bewust gemaakt worden van het belang van bemiddeling en verzoening.
Bij de inleiding van een zaak voor de JEFA-afdeling, zullen de magistraten de mogelijkheden tot een (zelfs gedeeltelijk) akkoord tussen de partijen dienen te onderzoeken. Zij zullen de partijen trachten te verzoenen en desgevallend voorstellen om, met de hulp van een derde, een bemiddelingsproces te starten.
7. ZITTING ACHTER GESLOTEN DEUREN
De openbaarheid van de zittingen vormt een essentieel element van het recht op een eerlijk proces. Niettemin kan een zitting achter gesloten deuren in bepaalde gevallen, wanneer zaken met betrekking tot het kind aan bod komen, garant staan voor de sereniteit van de rechtszaak en het eerbiedigen van het belang van het kind.
Voor dit soort geschillen zal de zitting dus achter gesloten deuren plaatsvinden, waarbij de rechter evenwel de mogelijkheid heeft om op elk moment de zitting weer openbaar te maken.
8. HET HOREN VAN MINDERJARIGEN
Elk kind vanaf twaalf jaar alsook de kinderen jonger dan twaalf jaar die beschikken over het vereiste onderscheidingsvermogen hebben het recht gehoord te worden.
Om de procedures voor het horen te uniformiseren (momenteel nog zeer verschillend in functie van de arrondissementen), zal de tekst de onder andere de rol van de rechter verduidelijken, wijzen op het recht van de minderjarige zich te laten adviseren en bijstaan, en uitleg verschaffen over het hoorverslag.
9. BIJSTAND VOOR MINDERJARIGEN
De minderjarigen die voor de jeugdkamer van de JEFA-afdeling verschijnen hebben recht op bijstand van een advocaat. Er wordt overwogen de advocaat hiertoe vooraf een opleiding te laten volgen.
10. BEVOEGDHEDEN VAN DE VREDERECHTERS
De rol van de vrederechters als beschermers van de allerzwaksten wordt versterkt. In die zin krijgen zij nieuwe bevoegdheden toegewezen, onder andere in alle materies inzake onbekwaamheid. Ook andere denkpistes zullen in overweging genomen worden, zoals bijvoorbeeld de indexering van hun bevoegdheid ratione summae, om zodoende een evenwicht te brengen in de werklast van elke rechterlijke actor, ten gunste van een efficiënt beheer van justitie.
De Minister van Justitie
Stefaan De Clerck