Justitie. Menselijk en rechtvaardig.

Informatie-en communicatietechnologie

Informatie- en communicatietechnologie
De technologische vooruitgang op het vlak van informatica en communicatie evenals de voortschrijdende digitalisering van de maatschappij, in het bijzonder via internet, creëren een waaier van opportuniteiten voor criminele activiteiten.
De wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit had de ambitie om adequate juridische instrumenten aan te reiken om de criminaliteit op de informatiesnelweg te bestrijden, enerzijds door de introductie van nieuwe ICT-specifieke misdrijven zoals bijvoorbeeld informaticavalsheid, informaticabedrog en hacking, en anderzijds door in een aantal nieuwe opsporingstechnieken te voorzien, zoals databeslag, medewerkingsverplichtingen en netwerkzoeking.
De ICT-toepassingen evolueren in een razend snel tempo en het gebruik van informaticamiddelen bij het plegen van misdrijven neemt alsmaar toe. Dat uit zich onder meer in dossiers van terrorisme, witwaspraktijken, oplichting, mensensmokkel en zedenfeiten.
Meer en meer voelen we aan dat de bestaande wet- en regelgeving niet meer is aangepast aan de noden van een effectieve criminaliteitsbestrijding in de informatiemaatschappij, die immers specifieke kenmerken heeft, zoals de noodzaak om snel te kunnen handelen (sporen in cyberspace verdwijnen snel), de internationale dimensie in een regelgeving die traditioneel gestoeld is op het territorialiteitsbeginsel, de techniciteit van de materie,…
We zullen daarom maatregelen nemen.
Vooreerst zullen we de huidige wetgeving aanpassen, bijsturen en actualiseren. Hoewel alle projecten niet expliciet waren opgenomen in de beleidsverklaring 2008, werd hier in het afgelopen jaar behoorlijk wat werk verricht. De volgende wetswijzigingen werden inhoudelijk voorbereid:
• een aantal punctuele wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering, teneinde een aantal lacunes weg te werken en rekening te houden met technologische evoluties. Het gaat ondermeer om artikel 88ter betreffende de zoeking in een informaticasysteem. Deze wijzigingen zijn opgenomen in het voorontwerp van wet houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering met het oog op de verbetering van de bijzondere opsporingsmethoden en andere onderzoeksmethoden;• de implementatie van de Europese richtlijn 2006/24/EG inzake dataretentie. Dit gaat over het voorontwerp van wet tot wijziging van artikel 126 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en het ontwerp van Koninklijk besluit tot vaststelling van de te bewaren gegevens, de voorwaarden en de duur van de bewaring van die gegevens;• De actualisering van het Koninklijk besluit van 9 januari 2003 houdende de modaliteiten voor de wettelijke medewerkingsplicht bij gerechtelijke vorderingen met betrekking tot elektronische communicatie, dat onder meer de interceptie van elektronische communicatie via internet mogelijk maakt, en de rechtstreekse identificatie van de gebruiker van een telecommunicatiedienst door de Centrale Technische Interceptiefaciliteit ( CTIF).
Deze wetgevende initiatieven werken we nog verder uit en finaliseren we in 2009, in overleg met de betrokken actoren.
Verder moeten de tarieven eenduidig en correct vastgelegd worden voor bepaalde diensten van operatoren en providers ten aanzien van de opsporings- en vervolgingsdiensten, dit in het perspectief van het algemeen belang en het zo doelmatig mogelijk aanwenden van de middelen. We zullen onderhandelingen opstarten tussen de sector en bevoegde dienst gerechtskosten van de FOD Justitie.
Ook zullen we onderzoeken over welke juridische en technische mogelijkheden we beschikken om websites met illegale inhoud – gehost door in het buitenland gevestigde vennootschappen – gemakkelijker te blokkeren.
Tot slot zullen we investeren in meer specialisatie en in de maximale beleidsmatige afstemming van de inspanningen van de verschillende binnenlandse en buitenlandse overheidspartners in deze materie. Gelet op de techniciteit van de materie is er nood aan specialisatie van iedere schakel in de gerechtelijke keten (politiediensten, magistraten, administratie, …). Bij het openbaar ministerie werden al referentiemagistraten ‘informaticacriminaliteit’ aangesteld en werd een werkgroep ‘internetrecherche’ opgericht. Er is ook een vademecum in de maak voor politiediensten en magistraten omtrent de aanpak van ICT-criminaliteit.