Rechtsplegingsvergoeding
Historiek
De wet van 21 april 2007 inzake de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat voerde een systeem in waarbij in een rechtszaak de rechtsplegingsvergoeding (RPV) – een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat - ten laste kan worden gelegd van de in het ongelijk gestelde partij. De bedragen van deze vergoeding werden vastgesteld in het koninklijk besluit van 26 oktober 2007.
Deze regelgeving bevat een aantal tekortkomingen en geeft aanleiding tot een aantal onbillijke situaties. Voor sommige problemen biedt de rechtspraak en de rechtsleer soelaas, maar voor andere was wetgevend optreden vereist. Dit met het oog op de nodige verduidelijking en om aan de bestaande rechtsonzekerheid te verhelpen.
Optimalisatie
Voortvloeiend uit de voorstellen van een werkgroep, die daartoe binnen mijn Beleidscel werd opgericht en die bestond uit academici, advocaten en magistraten, werd er binnen de regering en op initiatief van Justitie een optimalisatie uitgewerkt van de wetgeving die de verhaalbaarheid van het ereloon van een advocaat in een procedure regelt.
Belangrijk daarbij was ook om het arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 december 2008, dat zich ter zake uitsprak, te respecteren.
Ik haal de voornaamste voorstellen tot wijziging aan de wet en het KB voor u aan:
- we voorzien dat slechts een minimumvergoeding verschuldigd is wanneer een partij op de inleidende zitting verschijnt maar de vordering niet betwist of uitsluitend om een uitstel van betaling verzoekt
- de Belgische Staat zal niet meer kunnen veroordeeld worden tot betaling van een RPV wanneer het Openbaar Ministerie of het arbeidsauditoraat tussenkomt als procespartij – op die manier kan ze het algemeen belang in volle onafhankelijkheid behartigen
- in een strafprocedure zal de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon, net als nu bij de beklaagde het geval is, een RPV kunnen genieten indien de burgerlijke partij in het gelijk wordt gesteld
- een verveelvoudiging van de RPV’s zal worden vermeden door enerzijds te verduidelijken dat elke partij slechts één RPV kan ontvangen binnen dezelfde aanleg, zonder rekening te houden met het aantal tegenpartijen of tussengeschillen, en anderzijds een grens te bepalen wanneer een advocaat meerdere partijen verdedigt
- de RPV wordt voortaan uitgesloten wanneer een gerecht zich onbevoegd verklaart - er is dan immers geen sprake is van een in het ongelijk gestelde partij
- de berekeningsbasis voor de RPV wordt verduidelijkt - de cumul van vorderingen wordt ter zake uitgesloten
- een verlaging van de RPV voor de arbeidsgerechten wordt voorgesteld door de lagere bedragen die gelden voor het contentieux van de sociale bescherming van toepassing te maken op alle procedures ingeleid voor de arbeidsgerechten
Het voorontwerp van wet en ontwerp van KB strekken tot een bijsturing van de controversiële wetgeving inzake de verhaalbaarheid erelonen van een advocaat en dit waar nodig, zowel op technisch vlak als op vlak van de billijkheid, zonder evenwel afbreuk te doen aan de filosofie van het systeem.
Het dossier lag ter tafel op de Ministerraad van vorige vrijdag 17 juli 2009, waar het advies van de Raad van State werd gevraagd.
De Minister van Justitie
Stefaan De Clerck